---

---
A+ A A-

Het Mansveldergemaal

PD2 076In de inventaris va het Polderdistrict Bommelerwaard beneden de Meidijk (Arch. 66) staat onder no 517-519 te lezen dat de bouw van het stoomgemaal in 1855 begon, nadat de stoomwatermolen van de dorpspolder Brakel was afgebrand. Dit gebeurde volgens een krantenartikel in de "De Rotterdamsche courant op woensdag 13 juni 1855. Op  een oude kaart uit 1838 van Fijnje staat deze molen aangegeven als "De steenen molen" In de directe omgeving stond nog een watermolen "De oude molen" Waarschijnlijk dateerden deze molens uit de jaren 1745/46

Het stoomgemaal staat later bekend als het Mansvelder gemaal, het gemaal trok water uit de Poederoijense polder, de prink en de Brakelse polder. Het water van dat gemaal kwam in de binnenboezem en liep dan via een sluis en de buitenboezem de Maas in. In deze Brakelse dubbelsluis is aan de westkant een gedenksteen ingemetseld. Volgens deze gedenksteen is de sluis in 1753 gebouwd, dit gebeurde in opdracht van Willem Henderik Pieck, Heer van Brakel. Deze Henderik Pieck leefde van 1698 – 1762 en was tevens Heer van Enspijk en Zoelen, ambtman van Beesd en Rhenoy. Willem Henderik Pieck heeft rond 1750 de Brakelse paardenmarkt ingesteld. De sluis is tot 1970 in gebruik geweest. In de jaren vijftig van de vorige eeuw is het nog een keer gerestaureerd. In 1970 is een nieuwe uitwateringsmond met gemaal in gebruik genomen. Dit D.W. van Dam - gemaal pompt al het water ten westen van de Meidijk in de afgedamde Maas.

In het begin van deze eeuw was Van Schaik de machinist op het gemaal, Simon Mansvelder kwam in 1912 van Nieuwerkerk aan de IJssel zijn taak overnemen, maar behalve deze taak knipte en scheerde hij ook nog, maakte zelfs fietsen en tuinbouwmachines en werd in Poederoijen wel "de Mester" genoemd.

poemansvDaniel mansvelder (1908 - 1982) werd in 1926 eerste stoker op het gemaal bij zijn vader. Er draaide een Duitse zuiggasmotor, en er werd gestookt met antracietkolen. Het gas dat vrij kwam liep in een ketel via en pijp naar de brander. Met de hendels kon je de gastoevoer rege­len, geregeld moest het lager via een glazen oliepotje met olie gesmeerd worden. Stokers waren Teunis de Zeeuw en Gerrit van den Anker. Daniël werd in 1949 officiëel aangesteld als machi­nist. In 1962 werd zijn functie overgenomen door broer Abraham. Inmiddels draaide het gemaal op een Daf motor. Om tijdens het malen het vuil uit het water te houden was een krooshek geplaatst. Met een krabhaak werd het vuil op een platform getrokken en met een kruiwagen afgevoerd.

In het machinistenhuis verderop vergaderden in een van de kamertjes ook geregeld het polder­bestuur. De machinist had ook neveninkomsten, hij hield geiten en ving geregeld met behulp van fuiken en een vergunning een vette paling. In 1975 werd het D.W. van Dam gemaal in gebruik genomen waardoor het Mansveldergemaal zijn functie verloor. Gelukkig is dit monument tot op de huidige dag bewaard gebleven.

In een artikel in het blad Tussen de Voorn en Loevestein, jaargang 23, nummer 96, (juni 1997) schrijft Wim van As een uitgebreid artikel over het Mansveldergemaal

Eind 2013 werd er gewerkt aan het herstellen van de sluizen rondom het Mansveldergemaal.

Fotoreportage december 2013 en juni 2017

 

© Stichting de Vier Heerlijkheden | Realisatie: @Lucinde
Wij gebruiken cookies om onze site optimaal te laten werken.