---

---
A+ A A-

Algemeen

HET DORP BRAKEL

Het dorp Brakel ligt aan de Waal, evenals de plaatsen Zaltbommel, Gameren en Zuilichem, ligt het gedeeltelijk op de jongste stroomrug in de Bomme­lerwaard, de Gamerense stroomrug, het verlengde van een grote stroomgordel in de Tielerwaard, brdorpwadie daar vanaf Est naar Waar­denburg loopt. Op grond van Romeinse vindplaatsen langs de stroomgordel is het waarschijnlijk dat de bedding in de tweede eeuw nog water voerde.

De naam 'Brakel' is waarschijnlijk een samenvoeging van twee woorden Brako, wat varens betekent, en Loo, een bekend achter­voegsel wat bos betekent. Uit de naam valt af te leiden dat dit gebied oorspronkelijk een bosachtig gebied moet zijn geweest met veel varens.

Van oorsprong is Brakel een esdorp met verspreide bebouwing rond een antal brinken. Enkele boerderijen waren op huisterpen en vluchtheuvels  gebouwd, in de loop van de tijd concentreerde het dorp zich langs de Waaldijk.

Brakel werd gesticht rond 870 door Boudewijn II, Heer van Heusden in het land van Altena. Ooit zat dit jaartal ingemetseld in de kasteelruine. De eerste heer van Brakel was Eustachius van Brakel. in 1265 en 1268  trad hij als getuige op. in een conflict. (noot1)

De heerlijkheid Brakel vinden we al in de dertiende eeuw vermeld als afsplitsing van de landen van Altena. Volgens een akte uit 1595 behoorde Brakel in die tijd tot de heerlijkheid Poederoijen.

In vroeger eeuwen heeft de Waal vele malen zijn bedding verlegd. Tot de bedijking was dit gebied een delta met verhogin­gen in het landschap, ontstaan door bezinksel van de rivier. Het patroon van het landschap met verhogingen en kreken is op de plattegrond nog te herkennen, zoals de rondingen van de huidige Burgemeester Posweg. Ook op de kaart van Fijnje uit 1838 is het patroon duidelijk te zien. In de loop der eeuwen is veel geëgaliseerd.

Loodrecht op de rivier wierp men woonterpen op waarop de boerderijen gebouwd werden. De kerk, het Spijker en de ernaast gelegen boerderijen liggen op zo'n terp. ook de vluchtheuvel langs de Flegelstraat en de heuvel op De Haag zijn woonterpen. In de zeventiger jaren zijn door de dijkverzwaring veel karakteristieke dijkhuizen verdwenen.

HUIS BRAKEL

huisbrakDoor verkoop kwam de Heerlijkheid Brakel in de 18e eeuw in bezit van Wilhelmus Wilhelmius. Deze liet in 1768 het tegen­woordige "Huis Brakel" bouwen. In 1780 kwam het landgoed in het bezit van het geslacht Van Dam. Wilhelmus van Dam liet het " herenhuis" in 1811 verbouwen en verfraaide de omgeving met een vijver voor het huis en een park in Engelse landschapsstijl rond de ruine.

In 1977 werd het herenhuis verkocht aan de Gemeente Brakel en verbouwd tot Gemeenschapshuis met daarin de raadzaal/trouw­zaal. Begin 1982 was de verbouwing voltooid.
De huidige ingang was vroeger een binnenplaats, op de plaats van de bar de mangelkamer. Zo hebben alle zalen een functie gehad in het familieleven van de geslachten Van Dam. In de ruimte wat nu de grote zaal is, stonden vroeger de rijtuigen, de paarden en de schapen. Ook was er een bergplaats voor het gereedschap. Nog één ding is het noemen waard: onder de raadzaal zit een kelder, in de tweede wereldoorlog was dit een "smokkelhol", waarin vlees en spek werd bewaard. Om te beletten dat "vreemden" deze ruimte vonden was op het luik wat toegang verschafte tot de kelder een zware kast geplaatst. Inmiddels is het Huis, samen met het bos eigendom van Stichting Geldersch Landschap en Kasteelen.

ruineHET BOS, DE RUINE EN OUDE MOESTUIN

Het bos van Brakel is een typisch kasteelbos met bomen van wel meer dan 150 jaar oud en valt onder het beheer van het "Gelders Landschap". Sommige delen van het bos zijn niet voor publiek toegankelijk omdat de flora daar kwetsbaar is en er diverse beschermde planten voorkomen zoals de gevlekte Aronskelk. In het voorjaar is het genieten van de Stinsenflora, een benaming voor plantesoorten die speciaal worden aangetroffen in tuinen bij adellijke woningen, zoals sneeuwklokjes, narcissen, winterakoniet, sneeuwroem, blauw druifje en adderwortel. In de zeventiger jaren is het bos uitgebreid met zeven en een halve hectare nieuw loofbos zoals eiken, essen, beuken en esdoornbomen. totaal heeft het Brakelse bos 2300 meter wandelpaden.

Volgens overlevering zou het kasteel Brakel rond 870 zijn gesticht door de Heer van Heusden, Boudewijn ll, nadat zijn bezittingen hem waren ontnomen door de Vikingen. De eerste geschreven geschiedenis van het kasteel stamt uit de dertiende eeuw, met als onderwerp een zekere ridder Eustachius. In 1321 toen het kasteel door blikseminslag werd getroffen, schonken deze ridder en zijn zoon Stasekijn het aan de Graaf van Gelre en ontvingen het weer in leen terug. In 1407 werd het kasteel door Hollandse benden onder Graaf Willem Vl van Holland geplunderd en in brand gestoken. In 1587 werd het door Spaanse troepen bezet en in 1588 ingenomen. Het definitieve einde kwam in 1672 toen Franse troepen onder Turenne het kasteel vernielden. Er resten alleen nog maar wat overblijfselen van het noodgebouw en van de hoektorens.

Het was Wilhelmus van Dam die in 1820 geïnspireerd werd tot het maken van een gedicht, waarvan de eerste drie coupletten als volgt luiden:

Bij de ruïne van 't Huis te Brakel
Hier bij deez' grijzen muur, de trots der voorgeslachten,
Hier zit ik eenzaam neer verzonken in gedachten,
en peins, hoe op deez aard de tijd, met reuzen krachten,
kasteel en stulp vergruist.

Hier dartelde eens de vreugd in ruime ridderzalen;
Hier klonk het rondgezang, bij 't schuimen der bokalen;
Thans is ledig, woest , en waar mijn ogen dwalen
Zie 'k niets dan hoopen puin.

Maar weinig jaren nog, en 't puin is ook verdwenen;
Dan groeit er welig gras op deez' vermolmde steenen,
En zal men naauw gehoor aan 's landsmans woorden leenen,
Dat eens een slot hier stond.

Enige jaren na het schrijven van dit gedicht werd de ruïne toch aangepakt, de zuidwestelijke toren werd (met een te kleine baksteen) hersteld, en een fragmentenmuur gebouwd waarbij men zerken uit de ontgraven grafkelder van de Hervormde Kerk werden opgenomen.  Gevonden fragmenten uit de kasteelgracht werden enige tijd tentoongesteld in de ruine en later overgebracht naar het Spijker.  Enkele gebrandschilderde glasscherven, waarschijnlijk afkomstig van het oude kasteel, zijn nog in het Spijker aanwezig.

Waar zich nu de moestuin bevindt, was eertijds het omgrachte terrein van de voorburcht. De ommuring dateert waarschijnlijk uit hetzelfde jaar 1768 als de bouw van het huis Brakel. In 1981 werd alles grondig gerestaureerd, de toegangsbrug en de ingang werden hersteld en de oost- en zuidzijde voorzien van een haagbeukenheg. Midden in de tuin kwam een put met pomp. Een deel werd gereserveerd voor schooltuintjes, zover is het echter nooit gekomen.
Momenteel wordt het geheel perfect beheerd door een aantal vrijwilligers en is de tuin twee zondagen per maand opengesteld voor publiek. 

DE OUDE SCHOOL

school

De vroegst bekende school stond op het marktplein ongeveer voor het huidige gemeentehuis. In 1838 werd de eerste steen gelegd voor een tweeklassig schoolgebouw (Marktplein 8). Op de hoeken (achter de regenpijpen) zijn nog duidelijk de sporen zichtbaar waar eertijds de kinderen dagelijks hun griffels slepen. In 1879 werd aan de buitenzijde van de Waaldijk reeds de eerste steen gelegd voor een nieuwe school. In verband met de dijkverzwaring inmiddels afgebroken. 

DE KERK

kerkOorspronkelijk gebouwd als Romaans kerkje en gewijd aan St. Martinus, de schutspatroon van het Utrechtse bisdom. Resten van het Romaans kerkje zijn te zien in de noord­muur van het schip waar zich tufstenen bevinden. De rondbogen van het schip zijn een mooi voorbeeld van de Romaanse bouwstijl uit de elfde en twaalfde eeuw, de spitsbogen tonen ons de gotische bouwstijl, vanaf het eind van de twaalfde eeuw in ons land toege­past. In de vijftiende eeuw werd de kerk verbouwd tot een driebeukige pseudo-basiliek.
De kerk bezit prachtige koorvensters met gebrandschilderde ramen met de wapens van de heerlijkheid Brakel en die van de steden van het Nijmeegse kwartier Zaltbommel, Tiel en Nijmegen en van het kwartier zelf tevenswapens van verschillende heren van Brakel. In het schip staat een fraai gesneden preekstoel in Lodewijk lV stijl. Het orgel stamt uit 1895. De jaartallen boven het orgel verwijzen naar veranderingen en verbouwingen aan de kerk. 1645, 1749, 1825 en 1851. In 1825 is de preekstoel verplaatst, de grafkelder in het koor ontsloten en het ijzeren hek geplaatst. Aan de muur in de consistorie prijken op het predikantenbord de namen van verschillende voorgangers waaronder Jacobus Buys Ballot (1823 - 1850), de vader van de bekende natuurkundige. Ook stond hier J.C.W. Quack, bekend om het boek met prenten over de watersnood in 1861, waarmee hij noodlijdenden steunde. De vader van Cas Oorthuys, Gerardus, bediende van 1902 tot 1906 het woord. Cas is in Nederland een bekende fotograaf.
In april 1945 moest door oorlogsgeweld de spits het ontgelden. Bij de restauratie in 1950 en 1951 is er een nieuwe spits opgezet en is ook het voorportaal bij de ingang gebouwd. In 1995 is op de kerk een nieuw leien dak gelegd. 

DE PONY VAN BRAKEL

De Brakelse ponymarkt is een jaarlijks terugkerend familiefeest. oorspronkelijk kende Brakel een paardenmarkt, ingesteld rond 1750 door Baron Willem Hendrik Piek, Heer van Brakel. Hij leefde van 1668 - 1762. Tot ver in de negentiende eeuw was er levendige handel in Brakel. Op den duur veranderde deze markt in een jaarlijks terugkerende kermis met draaimolen, zweefmolen, worstelaars, kop van Jut, koekslaan en wat daar allemaal nog meer bij hoorde. Deze kermis werd in 1939 door de toenmalige burgemeester W.J. Pos afgeschaft. In 1963 is door burgemeester J. Aantjes op de laatste zaterdag van september de ponymarkt ingesteld.

Het beeldje is een geschenk van de Rabobank, die enige tijd op het marktplein van Brakel gevestigd was  op de plaats van de boerderij van de familie van de Veer. Het bankgebouw is gebouwd naar het oorspronkelijke model van de boerderij. 

HET VROUWTJE VAN BRAKEL

Dit beeld, een schepping van de Giessense beeldhouwer Ton Koops, stelt een Brakelse vrouw voor, die met een zorgelijke blik kijkt naar de waterstand van de Waal. In het verleden heeft Brakel nogal eens te lijden gehad van overstromingen. Het bronzen beeld staat op de plaats, waar in het verleden het gemeentehuis "De Ronduit" stond; ook dit karakteristieke gebouwtje moest voor de dijkverzwaring wijken.

Toen Graaf Reinoud ll van Gelre het dijkrecht gaf was men nog niet uit de problemen. Diverse malen braken de dijken in de Bommelerwaard, en het water kwam dan door de dijkring hoger te staan dan men gewend was, de mensen waren gedwongen hun woerden weer een stukje hoger te maken en men verliet de laagst gelegen gebieden.
Meestal werden de dijkdoorbraken veroorzaakt door ijsdammen. Bij de laatste dijkdoorbraak in de Bommelerwaard op 5 januari 1861 werden in Brakel 27 huizen direct door het water verwoest.

Dijkverzwaring

Door de dijkverzwaring in de zeventiger jaren moesten alle huizen aan de buitenkant van de dijk gesloopt worden, hierdoor veranderde het gezicht van Brakel aanzienlijk, maar is de veiligheid van de bewoners wel gewaarborgd.

In 1974 bracht Gemeenschapsbelangen , de partij van de dokter, een ware politieke aardverschuiving teweeg. De partij kreeg 34,7 procent van de stemmen en kwam met twee zetels in de gemeenteraad, vijf stemmen ontbraken om een derde zetel te bemachtigen. De partij was ontstaan uit verontwaardiging tegen het beleid van de gemeente inzake de dijkverzwaring en het saneringsplan Brakel-dorp. De strijd om het voormalige gemeentehuis De Ronduit werd zo ver doorgevoerd dat de rechter uiteindelijk een vonnis moest vellen. Ook dit karakteristieke pand moest verdwijnen.

HET SPIJKER

Eens was het Spijker de voorraadschuur van het kasteel Brakel. De naam Spijker, afgeleid van het latijnse woord Spicarium, verraadt de oorspronkelijke bestemming van dit gebouw. Spica betekent korenaar, het Spijker zou dan vanwege de onveiligheid in de Middeleeuwen een versterkte opslagplaats geweest zijn van koren, waar ook de beheerder van de "graan"-belasting woonde. De meeste "Spijkers" in ons land zijn verdwenen, in Drenthe vinden we er nog een aantal. Achter het Spijker is door middel van grondmetingen aangetoond dat er waarschijnlijk nog een gebouw gestaan heeft, wellicht ook een aanzienlijk slot, het kan zijn dat het Spijker met dit gebouw te maken had en niet met het verder gelegen kasteel, inmiddels verworden tot een ruïne.

spijkerHet Spijker heeft in de loop der tijden meerdere functies gehad, zo was het een toevluchtsoord in roerige tijden en werden in de leenkamer de zogenaamde tienden , de belastingen geïnd. In de veertiende eeuw werden aan het Spijker aan de linkerkant cellen aangebouwd, waarin geruime tijd monniken hun verblijf hadden. Volgens de Gelderse volksalmanak verbleef hier zelfs een commanderij der ridders van st Jan van Jeruza­lem of van Malta. Behalve enkele Zaltbommelse burgemeesters werd het Spijker ook bewoond door een predikantenfamilie ds. J.Jeanette. Van hem gaan verhalen rond dat na zijn dood het spook van de dominee op de dag van zijn uitvaart jaarlijks rond het Spijker vertoefde. Hierna kwam het Spijker in bezit van Godefridus van Everdingen die de oostelijke zeshoekige toren liet afbreken en schuren en stallenen hooibergen  en het geheel liet inrichten als "bouwerij" met koeien, varkens en paarden. In 1837 kwam het Spijker in bezit van de familie Wilhelmus van Dam. Een bekende bewoner was Dirk Willem van Dam (1901 - 1991), dijkgraaf van de Bommelerwaard en tijdens de oorlogsjaren werkzaam in het verzet. Na de bevrijding werd hij districtscommandant van de binnenlandse strijdkrachten in de Bommelerwaard.

Het Spijker wordt momenteel bewoond door de familie G.O. van Dam.
Boven de hoofdingang heeft de familie Wilhelmus van Dam het wapen van Rotterdam laten aanbrengen. Opmerkelijke details rechts zijn de getraliede nis, waarin zich eertijds een borst­beeld bevond, met daarboven een beschilderde gedenkplaat met een Latijnse wapenspreuk uit een tekst van Vergilius: Non inferiora secutus (geen lagere dingen nagestreefd). Deze nis is omlijst door twee Ionische zuiltjes met segmentvormig fronton. De versieringen zijn na 1837 aangebracht. Links van het Spijker is nog een deel van de brug te zien die de verbin­ding met de kerk vormde.

BOERDERIJ EN KERKEPAD (Flegelstraat 1)

De boerderij waarvan het oudste deel dateert uit de 17e eeuw is verbouwd in 1793 ,en heeft aan de achterzijde een typisch Gelders schild waaronder het hooi gelost kon worden. aan de voorzijde van de boerderij, langs de tuinmuur loopt nog een oorspronkelijk stukje kerkepad, dit historische pad was honderden jaren oud en liep over een rug van terpen en was tot enkele decennia geleden nog in gebruik. Vanaf het marktplein liep dit pad 500 meter het dorp in. 

pompTERPSE POMP

De pomp ligt op een pleintje in de splitsing van twee wegen. De pomp is in 1982 geheel nieuw opgemetseld. De oorspronkelijke pomp was gemetseld in kruisverband. Het was een openbare watervoorziening van het dorp.

ENKELE MARKANTE PANDEN AAN DE WAALDIJK

a. In "De kooihoek" Hoek Waaldijk/Kooihoek is een handboek­binderij gevestigd.  Deze T-boerderij is gebouwd circa 1880 en in 1911 herbouwd na de brand. Boven de enkel-ruits schuiframen zijn glas-in-lood bovenlichten aangebracht. Tijdens de brand in 1911 gingen 39 woningen, 16 hooibergen en 42 hooimijten verloren, er waren toen 210 mensen dakloos.

b. Het huis aan de Waaldijk nummer 101 is gebouwd in 1912, na de brand van 1911. We geven een beschrijving van een paar details. Boven de vensters van deze gevel zijn cementbogen aangebracht met geprofileerde hardstenen geboorte- en sluitstenen. In de boogvelden zijn tegeltjes (oorspronkelijk gele en groene) in ruitpatronen gezet. In het metselwerk lopen enkele (oorspronkelijk gele) sierbanden. Onder de dakrand is een fries gemetseld van (rode en gele) stenen in blokpatroon. Inmiddels zijn na renovatie van het pand de gekleurde stenen wit geverfd.

c. Waaldijk 137 heeft de mooie naam van "Ooievaarsnest". Het bouwjaar van deze T-boerderij is ongeveer 1850, inmiddels is het pand verbouwd tot woonhuis. Voor deze tijd heeft op deze plaats een groter gebouw gestaan. Van dit gebouw is een prent op het stadskasteel in Zaltbommel. Achter dit markante pand is inmiddels de nieuwbouwwijk "De Haag" verrezen. 

DE KERK VAN DE GEREFORMEERDE GEMEENTE

In 1983 is de nieuwe kerk van de Gereformeerde Gemeente in gebruik genomen. De kerk kreeg de naam: Vluchtheuvelkerk. De oude kerk aan de Joncker Aertendam stamde uit 1952 en is inmiddels verbouwd tot woonhuis.

Bronvermelding:

-  noot (1): Ministerialiteit en Ridderschap in Gelre en Zutphen, Arnhem 1962 pag.344
- Topografisch tijdschrift - koninklijk Nederlands aardrijkskundig genootschap Nieuwe reeks XX11 1988 nr. 3.
- Tussen de Voorn en Loevestein nr 26. September 1974.
- Tussen de Voorn en Loevestein nr 87. December 1994.
- Een Brakels verhaal - De Gecombineerde - januari 1979.
- Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden - A.J. van der Aa.
- Monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelder­land, de Bommelerwaard - F.A.J. Vermeulen - 's Gravenhage 1932.
- Beschrijving gemeentelijke monumentenlijst - Gelders Genoot­schap, ir. D.B.M. Hermans en drs. M.M. Laverman - 1991/1992.
- Middeleeuwse kastelen van Gelderland - F.M. Eliëns en J. Harenberg - Rijswijk - 1984.
- Tot in de bodem uitgezocht - Brakel - 1990.
- Flitsende geschiedenis van Huis Brakel - Johan van Vossen - 1993.

olieverfschilderij de kerk en het Spijker: J. Clerx

 

Hieronder een serie dorpsgezichten van Ab van de Beek en een foto-impressie van Ton Smits

dorpsgezichten van Brakel

foto-impressie

toen en nu

 

© Stichting de Vier Heerlijkheden | Realisatie: @Lucinde
Wij gebruiken cookies om onze site optimaal te laten werken.