---

---
A+ A A-

Algemeen

Het dorp Aalst

aalsteeAalst wordt in de negende eeuw Halosta genoemd. Volgens een akte uit het jaar 814/815 schenkt een zekere Baldericus, een Frank, enige stukken grond uit Halosta aan het Benedictijner klooster Lauris­heim bij Mainz. De naam van een cafetaria in Aalst herinnert nog aan de oude benaming. Later leest men Aloste (983) en Aelst(1133). Het Belgische plaatsje Aalst heet in het Frans nog steeds "Alost". Gedurende de vijftiende en het grootste deel van de zestiende eeuw was Aalst in het bezit van de familie van Aalst. Door huwelijk erfde de familie Torck de bezittingen, daarna ging alles over in het bezit van het geslacht van Lynden. Aalst had ook een kasteel waarvan de laatste resten aan het eind van de negentiende eeuw zijn gesloopt. Verschillende oudheidkundige vondsten zijn i.v.m. de ruilverkaveling in Aalst gedaan door de heer H. Voogd te Aalburg. In het Hamblok en de Molenpolder vond men resten van een Romeinse nederzetting, zoals aardewerk, een afvoergoot, huttenleem en visnetsteentjes. De nederzetting was gelegen aan een stroom waarvan de Drielse wetering nog een overblijfsel is. In de oostelijke kern heef men aardewerk uit de Karolingische tijd gevonden (negende eeuw) en in het centrum aardewerk uit de elfde tot en met de veertiende eeuw, zoals een Jacobakannetje. De vondsten bevinden zich bij het ROB in Amersfoort. Aalst is alleen van 1812 tot 1817 een zelfstandige gemeente geweest. Samen met Poederoijen vormde het tot 1955 één gemeente, maar vanaf dat jaar behoort Aalst samen met Poederoijen, Zuilichem en Brakel tot de gemeente Brakel.

Zoals langs vele rivieren verschenen ook in Aalst aan het eind van de negentiende eeuw de steenfabrieken "De Rietschoof" en "De Rijswaard". Een groot gedeelte van de bevolking was op deze fabrieken werkzaam, zij hadden een sterke invloed op het leven in dit dorp, niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen hadden een aandeel in het werk op die fabrieken. Op beide fabrieken samen werkten aan het eind van de negentiende eeuw ongeveer honderd volwassenen, waaronder ruim tien vrouwen en nog een stuk of twintig kinderen. De omstandigheden werden met de komst van stoommachines beter, behalve de paarden kwam in 1916 de eerste locomotief in actie en zo ontwikkelde Aalst zich tot een dorp met een sterk sociaal leven. De herfst en de winter waren vaak slechte tijden voor de arbeiders omdat dan vaak het werk op de fabriek stillag. Velen probeerden wat geld te verdienen met het vangen van mollen of gingen zelfs op bunzingjacht of kapten 's winters dood hout uit de grienden. Men leefde in die periode ook van het vetgemeste varken.

Straatnamen

E.P. van Ooijenstraat is genoemd naar de verzetsman Engelinus Pieter van Ooijen, die eind april 1945 vanwege zijn activiteiten gefusilleerd werd. Tijdens het verladen van een Duitse auto op de Maasdijk bij het kerkje van de gereformeerde gemeente moesten verschillende burgers meehelpen. omdat er toen een kistje munitie ontvreemd werd en men wist dat er verzet was in Aalst werden twee groepen burgers meegenomen naar hotel Carabijn in Geldermalsen.Evenwijdig aan de E.P. van Ooijenstraat loopt ten noorden de A. van Drielstraal. Op 10 mei 1940 sneuvelde Arie van Driel uit Aalst in Horn. op dezelfde dag kwam een andere Bommelerwaarder, Jan van Steenbergen uit Gameren, op het vliegveld Waalhaven om. De M. Baksstraat is genoemd naar Matthijs Baks. Hij sneuvelde op Sumatra, 4 januari 1949 op 21-jarige leeftijd. Jan Bervaes uit Zaltbommel heeft zich verdiept in de namen van de West-Bommelerwaard van Scandinavische oorsprong. Het woord Ham in Hambloksestraat is afgeleid van Hamn, wat "haven" betekent, waarschijnlijk zijn het restanten van oude geulen waar een aanlegplaats of steiger was te vinden.

DE N.H. KERK

Tot in het begin van de twaalfde eeuw gingen de bewoners van Aalst in Wijk, aan de andere kant van de Maas, over de riet­stoppels naar de kerk. Aalst behoorde onder de parochiekerk aldaar. Bisschop Andreas van Utrecht besloot in 1133 dat de inwoners van Aalst een eigen kapel mochten stichten. De kerk bestaat uit een eenbeukig schip en een driezijdig gesloten koor. Het was oorspronkelijk gewijd aan O.L.Vrouw en de heilige Antonius. Onder de pleisterlaag van de noordmuur bevinden zich sporen van kleine hooggeplaatste rondboogvensters terwijl in het onderste gedeelte van de toren zich nog resten van een tufstenen muur bevinden. Waarschijnlijk zijn in de veertiende of vijftiende eeuw het schip en de toren met bakstenen verhoogd terwijl het koor van de kerk toen de driezijdige sluiting kreeg. Aan de oostzijde was vroeger tussen de steunberen een kleine consistoriekamer. Later is aan de zuidzijde de huidige gebouwd. In 1922 is de zuidmuur vernieuwd, terwijl in 1969 in de kerk de nodige aanpassingen zijn verricht. Het meubilair is vernieuwd en de zandloophouder die tot dan toe als doopvont houder werd gebruikt is in ere hersteld en, voorzien van nieuw glas, aan de muur bij de preekstoel opgehangen. Voor het doopvont werd een smeedijzeren driepoot aan de kerk geschonken en er werd een nieuw orgel gebouwd.

 
kerkaalsAan de wand, in een gesloten kastje bevindt zich het borstbeeld van burgemeester Egbert Klop, Hoogdijck Heemraet, Borge­meester en President Scheepen der Heerleyckheyt Aalst 1722. Door zijn zitting in de dijkstoel was hij belast met de con­trole van het onderhoud van de dijk, de schepenbank functio­neerde als een plaatselijke rechtbank waardoor een persoon als Echbert Klop vrij veel macht had in het dorp. Aan de muur hangen ook twee borden met daarop de namen van de predikanten die in Aalst gestaan hebben. Onder de kansel bevindt zich een gebeeldhouwde grafzerk waarop in laag reliëf gehouwen de figuren van een knielende man in harnas en van een knielende vrouw. De zerk vermeldt de familienamen Van Tuil en Van Aalst. De kerk is eigendom van de kerkelijke gemeente, de toren van de burgerlijke gemeente. Het gebeurt nogal eens dat door vrijwilligers van de kerkelijke gemeente de kerk netjes gewit wordt, terwijl de klus aan de toren nog even op zich laat wachten. Het kleurverschil is dan duidelijk te zien.

DE OUDE SCHOOL

Op de plaats van het woonhuis van de familie van Ballegooijen aan de Maasdijk was vroeger de lagere school, later in gebruik als dorpshuis. Aan de onderste laag van de bebouwing is dat nog te zien.

DE BURT

Een stukje Maasdijk heette vroeger De Burt. Bijna alle oorspronkelijke dijkhuisjes zijn verdwenen, waaronder ook het Putshuis, één van de kleinste huisjes van Aalst.Hier woonde de familie van Kampen. Voor het raam stond altijd een briefje met daarop de volgende woorden; " bij geen gehoor kloppen op het zijraam". Maar dat zijraam was zo hoog, dat niemand daar bij kon. In de put aan de buitendijk van de dijk haalde men het drinkwater en spoelde men ook de was. 

HET KASTEEL

kastaalsRechts van de Dr C.J.K. van Aalststraat (genoemd naar de heer van Aalst) stond het voormalige kasteel, gedeeltelijk onder het schoolplein van de basisschool "De Burcht". Een stukje oorspronkelijke gracht is nog zichtbaar. Het kasteel is tegelijk met dat van Brakel en Poederoijen gebouwd door Boudewijn de tweede, heer van Heusden. Het bestond waarschijnlijk uit een ronde zware woontoren, een "Donjon" genaamd met muren van ongeveer twee meter dikte. Verdediging was belangrijker dan wooncomfort. Toen Johanna van Aalst het kasteel in 1545 erfde kwam het kasteel duur huwelijk van Johanna in het bezit van de familie Torck, en later in het bezit van het geslacht Van Lynden. Zoals er rondom de kastelen van Poederoijen en Brakel veel gevochten werd mogen we aanne­men dat dat ook rond het kasteel van Aalst gebeurde. Uit een acte van 1495 is bekend dat Karel van Gelre, Johan van Aalst en diens zoon berispte omdat zij het kasteel met geweld geno­men hadden tijdens een familieruzie. De laatste resten van het kasteel zijn in 1875 gesloopt. Uit dit kasteel kwamen de beeldjes "ADAM en EVA" welke jarenlang in een oude boerderij ingemetseld zaten en tegenwoordig in een bungalow in de Dorpsstraat.

DE DEL

Achter de kerk was vroeger een grote Del waarop geschaatst werd, men kon bijna rondom de kerk. Het Delpad werd vroeger het Kerkedelleke genoemd.

BOERDERIJ EN OUDE GEREFORMEERDE KERK

De boerderij aan de Dorpsstraat waar vroeger slager Nardus van der Linden woonde heeft nog een bakhuis. Op het erf links ervan was de Gereformeerde Kerk, (zie kadastrale kaart) momenteel omgebouwd tot schuur. Deze kerk bestaat al sinds 6 juni 1887, toen als Nederlands Gereformeerde Kerk. Sinds 1892 als Gereformeerde Kerk, per 11 november 1965 samengevoegd met die van Zuilichem. Al in 1836 werd in Aalst de kerkenraad van de Afgescheiden gemeente bevestigd. Dit gebeurde door ds. H.P. Scholte. Jan Hasselman, "den schoolmeester" stelde in die tijd zijn woning  beschikbaar voor de godsdienstoefeningen. In het boekje "Herdenk die wonderdaan" schrijft Arie Vervoorn o.a. over de beide diakenen Aart en Gerrit van Os die rond die jaren als lid van de Hervormde kerk bedankten.  Predikanten waren: R. van Giffen in combinatie met Veen, (van 1899 - 1903). G. Davelaar, in combinatie met Well (1905 - 1912) en G.F. Snel (in combinatie met Hoenzadriel, Rosum en Well (1935 - 1947)

Willem van Horssen, de zeilmaker kocht de kerk en de grond ervoor en bouwde in 1968 een woning voor de kerk die vanaf dat moment als schuur gebruikt werd.

Boerderij Adam en Evaadam-eva-tekening

Aan het eind van de Dorpsstraat in de bungalow zijn twee beeldjes ingemetseld, een Adam en een Eva ,afkomstig uit het voormalige kasteel van Aalst. In de boerdeij zaten ze aan weerszijden van de schouw ingemetseld. Op deze plaats stond vroeger het huis van de Schout waar de beeldjes  ingemetseld zaten in de zijgevel van de boerderij. De afbraak van dit huis heeft nogal wat beroering in de politiek gegeven.

MACHINEDIJK

De funderingen van een molen aan de Veerbloksekade (Machinedijk) zijn helaas bij de laatste dijkverzwaring verdwenen. Naderhand stond er ook een watergemaal. Hier bevinden zich nog de oude uitlaasluizen van de Drielse Wetering. Toen rond 1300 de dijkring rond de Bommeler­waard werd gesloten had het zin om de waterloop te gaan regelen. In 1321 gaf graaf Reinoud ll van Gelre aan grondeigenaren het recht om de Bommelse wetering aan te leggen. Aalst, Well, Wordragen en Ammerzoden hadden toen al een wetering, Aalst had dankbaar gebruik gemaakt van een verlande rivierarm. Deze "Meer" werd bij Aalst de "Eender' genoemd, de naam is verloren gegaan, maar de kade erlangs heet nog de Eendenkade. De Eender was aan de Maaskant dichtgeslibd, maar door de "Meer" uit te diepen en ten Oosten van Aalst een meander af te snijden werd een goede afwateringsmogelijkheid gecreëerd. In 1320 kreeg de Drielse Wetering aansluiting op de "Eender". Vanaf dat moment werd de wateroverlast voor Aalst zo groot dat men kaden langs de waterwegen aan moest leggen om overstromingen te voorkomen. Deze kaden werden weer als jaagpad gebruikt voor het vervoer over water. Een kade tussen twee afwateringen werd Capreton genoemd. Later is men de uitmonding van de Drielse wetering gaan verleggen. Met de ruilverkaveling in 1973 heeft men getracht zo veel mogelijk historie te bewaren en heeft men stukken van de Drielse wetering geschikt gemaakt voor recreatie. Het watergemaal "H.C. de Jongh" zorgt nu voor afvoer van de samengevoegde weteringen op de afgedamde Maas.
De naam Zeedijk, ten Oosten van Zuilichem en Aalst herinnert nog aan oude bedijkingen om het opkomende water vanuit het oosten tegen te houden. De naam is ontstaan uit oudere benamingen van dit soort dijkjes, zoals Zeegdijk, Seegdijk, Zeiving en Sidewende.

HET NOORDEREIND

emmenesHet dubbele woonhuis aan het Noordereind is het geboortehuis van A. van Emmenes, de schrijver van de historische novelle over Aalst: " Kikkerdorp en de Kikkerdorpers". Hij was de vader van een bekend sportverslaggever en de groot­vader van Viola Holt van Emmenes, ook bekend in omroep­land. De vader van Van Emmenes, afkomstig uit Rotterdam, begon in Aalst aan de Maasdijk een café genaamd de Postkar. (later heette dit pand Veldzicht). Hij liet dit pand bouwen met balken van de roede van de molen. Ook werden stenen van de molen gebruikt. A. van Emmenes werd op 18 januari 1857 geboren en eerst opgeleid tot onderwijzer. Deze functie oefende hij uit in Rijswijk maar na ontslag werd hij grondwerker en ontpopte zich als welsprekend redenaar voor het socialisme. Hij richtte in 1877 te 's Gravenhage de Gravers- en baggerliedenvereniging, leidde verschillende werkstakingen en richtte in 1892 het socialistisch weekblad Voorwaarts op en kwam door een artikel in dit blad en naderhand voor uitdrukkingen op meetingsin de gevangenis terecht. Hij beledigde onder andere koning Willem III. In de strafgevangenis schreef hij het boek "Kikkerdorp en de Kikkerdorpers", uitgegeven door de (anarchistische) Rode bibliotheek in Amsterdam. Bij de bouw van de woning zijn onderdelen gebruikt van de afgebroken molen aan de Machinedijk zoals een " roede" met daarin de gaten waar het hekwerk van de wieken heeft gezeten. Ook de muren zijn opgebouwd van resten van de molen.

OUDE KERK VAN DE GEREFORMEERDE GEMEENTE

Aan de binnenkant van de Maasdijk stond de eerste kerk van de Gereformeerde Gemeente in Aalst. Naderhand werd het verbouwd tot woonhuis. De nieuwe kerk van de Gereformeerde Gemeente werd gebouwd aan de prins Hendrikstraat. De kerk werd in oktober 1974 in gebruik genomen en bood plaats aan 168 personen. Tien jaar later werd al besloten het kerkgebouw uit te breiden. Het vergrote kerkgebouw werd in februari 1985 officieel in gebruik genomen.

DE OVERLAAT

De Aalser overlaat is een stuk dijk zonder asfalt omdat de weg er onderlangs is aangelegd. De "groene dijk" kan men op deze manier zonder al te veel problemen, indien nodig, doorsteken om bij eventuele dijkdoorbraak het water weg te laten lopen in de Maas. De overlaat dateert van 1864 en is na de laatste grote dijkdoorbraak in 1861, aangelegd. Andere overlaten bevinden zich in Poederoijen, Heerewaarden, Bokhoven en Baardwijk.

HET GEMENTgemeaals

Het Gement is de oude benaming van een stuk land waar, behalve aan de Maasdijk en in de Dorpsstraat, ook geleefd en gewerkt werd, één van de oudste gedeelten van het dorp Aalst waar uitsluitend arbeidershuisjes stonden. de boeren, de neringdoenden en de handwerkslieden woonden hoofdzakelijk aan de dijk. De huidige Wilhelminastraat was vroeger "het Gement". Aan het eind ervan stond de dorpspomp. Over het leven in deze buurt, 't Gement van toen, gaat het gedicht van Gerrit van Ballegooijen, " Ut Gement van toen", vertaald in de Aalsterse taal door Hannie van Wijk-Ermstrang.

 

 

Verantwoording:
Bovenvermelde tekst is grotendeels uitgegeven in een brochure, gemaakt voor de rondwandeling door Aalst, o.l.v. Hannie van Wijk – Ermstrang, georganiseerd door de Historische Kring Bommelerwaard op 7 mei 1994.

Bronvermelding:
- Monumenten van geschiedenis en kunst in de provincie Gelder­land "De Bommelerwaard"
- Tussen de Voorn en Loevestein nr 26 sept. 1974
- Geschiedenis van de Aalster steenfabrieken - Viola van Vossen van Soest
- Open monumentendag 1991 - Stichting De Vier Heerlijkheden
- Aalst van toen - C Ekelmans, A Brugmans
- A. van Emmenes: een buitengewoon redenaar - W.H. Vliegen
- Krantenknipselarchief van J. van Voorthuizen
- De Bommelerwaard 1939-1945 - J. van Alphen en J. van Voorthuizen
- Vier Heerlijkheden in de Bommelerwaard - werkgroep De Vier Heerlijkheden
- Tot in de bodem uitgezocht - werkgroep De Vier Heerlijkheden
- De Bommelerwaard zien, kennen en waarderen – natuurwacht Bommelerwaard

 

oude dorpsgezichten van Aalst

 

© Stichting de Vier Heerlijkheden | Realisatie: @Lucinde
Wij gebruiken cookies om onze site optimaal te laten werken.